Vernichten: Liefde volgens Michel Houellebecq

door Jan Hiddink 

Het bleef in Nederland onder de radar, maar in november 2018 ontving Michel Houellebecq de eerste Oswald Spengler prijs, in Brussel. Of de prijs daarna nog een vervolg kreeg laat zich niet vertellen, feit is wel dat de uitreiking aan de Franse schrijver recht doet aan een kernwaarde in zijn werk, namelijk de idee dat we hier in het westen grofweg sinds de jaren zestig machteloos getuige zijn van de ondergang van onze cultuur. 

Democratie, vrij verkeer van goederen en personen, de sexuele revolutie, onderwijs voor de massa, toerisme, zelfverwezenlijking, inspraak, mobiliteit, modernisme, gelijke kansen, ontkerkelijking en popmuziek: alles wat we vierden, alles waar niemand nee tegen zei, blijkt in handen van de Franse auteur een noodlottige voorbode geweest van een ontzielde, gederailleerde maatschappij die zichzelf niet meer op koers kan krijgen en de verbondenheid definitief kwijt is. Het is niet anders. 

Net als in het werk van Spengler gaat het bij Houellebecq daarbij om de onherroepelijkheid van dat proces: het is een gegeven, en hoewel schadelijk en kwaadaardig, niet iets dat zich laat bevechten. Geen wonder ook: cultuur is een te groot gegeven om zomaar als een koe bij de hoorns te vatten. Of, zoals je het ook zou kunnen zeggen, en wat ook per saldo de boodschap lijkt van de eveneens dit jaar verschenen essaybundel De Koude Revolutie 2022 : “Jij kunt niet zoveel betekenen voor de wereld. En de wereld niet voor jou”. 

Drukken waar het zeer doet

En hoewel ons Insta account en alle andere media ter glorificatie van onszelf, onze goede vrienden, onze goede bedoelingen en onze wil tot verbinden in het leven daar heel anders over denken, is het niet moeilijk de vergeefsheid van die pogingen in te zien -ware het niet dat menigeen op dat vlak toch liever de andere kant op kijkt. Houellebecq doet dat bepaald niet. Sterker nog, al vanaf het begin van zijn leven als schrijver gaat er zonder pardon het vergrootglas op, om zo boeken af te leveren die meer dan wat ook drukken waar het zeer doet. De lezer laaft zich aan ongemak. 

Nu zou de schrijver nooit de Grote Schrijver zijn geworden wanneer hij die toch pijnlijke, ongemakkelijke aangelegenheid niet had vervat in uiterst onderhoudende boeken, die ons deelgenoot maken van zonder uitzondering intelligente, gevoelige en daarmee ook kwetsbare mannen die niet over het vermogen beschikken leuk mee te doen -zoals de tijd voorschrijft, zoals de familie het graag ziet, zoals wordt verwacht op het werk. Niet geluk, maar tevredenheid is voor deze mannen het hoogst haalbare; meer zit er welbeschouwd toch niet. 

Verdoving is daarbij wel het eerste gebod. Drank, sigaretten, medicatie, verdoving en verslaving  zijn noodzakelijke constanten om het leven het hoofd te bieden; de hoofdpersonen beseffen maar al te goed dat leven in waarheid gelijk staat aan een bestaan op glad, breekbaar ijs. Vallen of verdrinken moet voorkomen worden; meebuigen met het gouden, grijze gemiddelde luidt het devies. Zo zitten zij de rit richting het einde uit. 

Tongkanker

Dat einde zelf is het centrale gegeven in zijn nieuwe roman Vernietigen. Vernietigen gaat, behalve over veel meer, over liefde in het aangezicht van de dood -wanneer liefde, en niets anders dan dat, het enige is dat mensen nog hebben, het enige ook wat mensen nog deelt. De hoofdpersoon, Paul Raison, die aan tongkanker lijdt, heeft een moderne familie waarin iedereen een min of meer principieel standpunt inneemt -met uitzondering natuurlijk van de hoofdpersoon zelf, die zoals altijd bij onze schrijver, wordt geleefd door de omstandigheden. Op zijn werk bij het ministerie doet hij dat voor iets van achtduizend Euro in de maand, het heeft er alle schijn van dat hij ooit omhoog is gepromoveerd om feitelijk niets te doen, anders dan te functioneren als de ambtelijke vertrouweling van de belangrijke minister Bruno Juge. 

Tegenover de gelatenheid van Paul Raison staan de nogal verdeelde standpunten in zijn familie. Met zijn veganistische vriendin Prudence heeft hij, vleeseter, afspraken over de demarcatielijnen in de koelkast. En net als in de koelkast leven ze ook in werkelijkheid langs elkaar heen. Zijn broer is samen met een vriendin die om principiële redenen een kind van kleur heeft geadopteerd, waarbij de onvruchtbaarheid van de broer in kwestie niets anders dan een leugentje blijkt. Zijn zus is samen met een academicus die lelijk achter het net heeft gevist; zij leiden een basaal, zeer sober bestaan tussen de mensen, stemmen Rassemblement National (het voormalige Front National) en bekommeren zich om het verbeteren van levensomstandigheden voor bejaarden in Franse zorg -op activistische wijze. Kortom: allen hebben zij overtuigingen. Maar niet onze hoofdpersoon: die doet niet aan overtuigingen, die heeft op zijn best inzichten -wie immer! 

Duits

Dat laatste, wie immer, omdat ik eerder dit jaar al, in april, het nieuwe boek van Michel Houellebecq las in het Duits, aangezien de Nederlandse vertaling toen nog steeds niet beschikbaar was, in weerwil van eerdere beloftes. Het boek heet Vernichten. Markant daarbij is dat de twee vertalers, Stephan Kleiner en Bernd Wilczek, respectievelijk de eerste 3 en de volgende 4 hoofdstukken voor hun rekening namen -dus los van elkaar, het is geen gezamenlijke inspanning geweest.  

De belofte is op dit moment dat de Nederlandse vertaling van Martin de Haan -een soort ombudsman van het vertalerswezen, die nooit nalaat zijn ambacht te valideren, en dus ook claimt veel tijd nodig te hebben-  in maart 2023 beschikbaar komt. Want, zoals de Haan weet: vertalen is herscheppen. Dat gaat niet zomaar. Hij legt er ziel en zaligheid in als vaste vertaler en toont zich ook sceptisch over de doorgaans veel sneller opgeleverde Engelse en Duitse vertalingen van Houellebecq. Als we denken aan de merkwaardige wijze waarop Elementaire Deeltjes, de doorbraak roman van Houellebecq, ooit in het Duits werd verfilmd (als Elementarteilchen), is het goed invoelbaar wat het punt van de Haan is. 

Zwanenzang

Mogelijk, maar dat is speculatief, is het ook zo bedacht omdat de schrijver zelf in hoogsteigen persoon in maart 2023  niet meer onder ons zal zijn: het heeft er alle schijn van dat Vernichten, zoals het in het Duitse heet, de zwanenzang van Michel H. als schrijver zal zijn. We zijn dan ook in Vernichten getuige van een sterfproces. Toen ik het las was ikzelf geveld door milde griep en met name de heel gedetailleerde medische passages over tongkanker hakten er fysiek in bij deze lezer. Zonder tong zou de kwaliteit van leven wellicht beter worden, zo wordt Paul Raison voorgehouden, maar daarbij denkt onze hoofdpersoon toch: ‘over mijn lijk’, wat ook exact is wat er gebeurt. 

Maar voordat het zover is toont Houellebecq zich haast een warme schrijver, die feilloos invoelbaar maakt hoe principes, morele standpunten en wat dies meer zij als sneeuw voor de zon verdwijnen zogauw het leven zelf eenmaal eindig blijkt; de familie wordt herenigd in de dood en alleen de liefde, en niets anders dan dat, zegeviert.

Onthoofding

Niettemin is de weg daar naar toe grimmig en vol van spanning, zowel binnen de familie als daarbuiten, op het werk. Fascinerend is hoe de schrijver net als in andere romans het wereldtoneel een plek weet te geven, mede door ook deze roman in de nabije toekomst, in 2027 te situeren. Er zijn terroristische aanslagen, dan wel niet van echt te onderscheiden animaties daarvan (zoals de onthoofding van de toch springlevende Bruno Juge), waarbij iedereen alleen maar kan gissen wat of wie er nou eigenlijk achter zit. 

Geen wonder: in onze ontsloten wereld zijn ook de meest obscure ideeën en denkers niet langer te vinden op het schimmige plankje achterin de vage boekenwinkel, maar worden types als Savitri Devi en haar veganazisme, John Zerzan en de Unabomber (verketters van de menselijke vooruitgang) en Eliphas Levi (satanisme op z’n Frans, 19e eeuw) ongeremd gevierd op internetfora waarbij het terroristische complot al snel dichtbij is. Ze gelden in het boek als mogelijke inspiratoren van de geheimzinnige, perfect uitgevoerde aanslagen, waarbij met name die op een reusachtig containerschip op volle zee, dat exact doormidden wordt gekliefd, veel indruk maakt; de aanslagen sluiten aan bij onze visuele spektakelcultuur. 

Wie er achter zitten? We komen er niet achter -en dat is ook niet de makke, maar juist het sterke van dit boek: al die open eindjes, al die gekmakende raadsels rondom perfect uitgevoerde terroristische aanslagen waarvoor niemand geloofwaardige verantwoording opeist, lossen feitelijk op nu de onherroepelijke neergang, namelijk het stervensproces van onze hoofdpersoon, heeft ingezet. Maar tegelijk denkt de lezer wel: het zou kunnen, met die aanslagen. En misschien zit het er zelfs al aan te komen. In Oekraïne begon het ook met een mysterieuze ‘Z’ waarvan toen nog niemand de betekenis wist. De werkelijkheid is bij Houellebecq nooit ver weg.

Een Poetin doen

Zoals vaker in het werk van de schrijver -denk aan de gelaten, goed betaalde onderwerping aan een islamitisch politiek regime in Onderworpen–  komen we brisante politieke kwesties tegen, die alle reden geven om eens goed op te kauwen. Het eerst is wel dat de Franse president, in wie we Macron kunnen herkennen, schijnbaar een Poetin doet: de angst voor een zege van het Rassemblement National is zo groot, dat hij ervoor kiest het presidentschap (waarop hij zelf wettelijk geen aanspraken meer maakt) vier jaar door een stroman te laten innemen, een beetje zoals Poetin in Rusland Medvedev een tijdlang naar voren schoof – om vervolgens zelf weer de onbetwiste macht te kunnen innemen. De Franse president zorgt er met een decreet tussentijds voor dat hij na de vier jaar van zijn stroman mag terugkeren als president. 

De man die die president naar voren schuift als zijn opvolger is een populaire, voormalig tv presentator, vergelijk het maar met Jeroen Pauw -of Mariëlle Tweebeke- die in Nederland voor het hoogste ambt geroepen zou worden.  Wie achter het net vist is de bescheiden, maar briljante Bruno Juge, waar onze hoofdpersoon voor werkt: competentie legt het af tegen showbizz.

Babyboomers

Interessant, zeker ook in het licht van de liefdesthematiek in het boek, is een theorie die Juge ontvouwt aan Paul, namelijk dat de Babyboom generatie gerekend moet worden tot de de wettelijke erfgenaam van de Franse romantici – en dus per se niet als kinderen van de Verlichting. Juge redeneert daarbij dat er alleen na de Tweede Wereldoorlog, en na de gruwelen die meekwamen met de Franse revolutie, er grote geboortegolven zijn geweest; normaal gesproken kelderen de geboortecijfers na dergelijke grimmige periodes. Babyboomers en de Romantici, zo redeneert Juge, zijn daarmee geschiedkundig gezien de ware kinderen van de liefde; producten van een tijd waarin de bevolking zich overheerst heeft geweten door het ware kwaad en zich aangespoord weet om dit met liefde, en daarmee nageslacht, recht te trekken. Zowel de Tweede Wereldoorlog als de Franse Revolutie gelden daarbij als de belichaming van het kwaad; ze worden op gelijke hoogte gesteld.  

Behalve een roman over liefde en over hedendaagse politiek is Vernichten daarmee ook, zoals vaker bij Houellebecq, een boek dat min of meer filosofische vergezichten biedt die je niet eerder las. Ook dat is heel stimulerend: alles wat de lezer wel min of meer dacht te weten gaat op zijn kant en maakt plaats voor een heel invoelbaar, compleet ander perspectief. 

Wrak

Er hoeft geen twijfel over te bestaan dat de prijs voor het schrijversschap van Michel Houellebecq hoog is -zowel leven als werk getuigen daarvan. De schrijver is een wrak, iemand getekend door een zeer ongezonde, solitaire wijze van leven die uit de eerste hand lijkt te putten in de beschrijving van alle medische malheur, waarvan ook het nawoord getuigt. We zullen zien of hij de lancering van de Nederlandse vertaling, door zijn goede vriend Martin de Haan, nog mee zal maken. Zo niet, dan is zeker dat hij zichzelf met deze zwanenzang andermaal heeft overtroffen. Indien wel, en dat zou natuurlijk prachtig zijn, blijft dat nog steeds waar, maar zullen we nog hoop kunnen houden op meer van deze ongeëvenaarde schrijver. 


Plaats een reactie